Waarom persuitgevers blij moeten zijn zonder eigen naburig recht

 In Auteursrecht, Blogs, Copyright, DSM, Publicaties, Uitgevers

Verontwaardiging bij persuitgevers. De Europese Commissie had hen de heilige graal beloofd: een naburig recht op perspublicaties. Een eigen recht, net zoals de filmproducenten en platenlabels. Maar het Europees Parlement wil het weer afnemen. En nu zijn de persuitgevers boos. Maar zouden ze eigenlijk niet blij moeten zijn?

Richtlijnvoorstel Copyright in the Digital Single Market

In september vorig jaar publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe richtlijn over auteursrechten (Directive on Copyright in the Digital Single Market (COM(2016) 593 final), zie ook #DSM, #CopyrightReform). Het voorstel introduceert onder andere een eigen naburig recht voor de persuitgever. Op dit moment moeten persuitgevers het nog doen met de rechten die zij krijgen van hun journalisten en fotografen om artikelen te kunnen licentiëren aan derde partijen, zoals internetplatforms. En dat is niet altijd even eenvoudig. Volgens de toelichting op het voorstel zouden uitgevers moeite hebben met het online in licentie geven van hun publicaties en het terugverdienen van investeringen. Omdat zij niet uit zichzelf als rechthebbenden op hun publicaties worden erkend, zou licentiering en het optreden tegen inbreuken complex en inefficiënt zijn (zie overweging 31 bij het voorstel).

Persuitgevers krijgen bij licentieonderhandelingen of handhavingsacties vaak tegengeworpen dat zij de rechten van hun journalisten en fotografen niet goed hebben geregeld. Of dat de rechten al zijn overgedragen aan collectieve beheersorganisaties. En dan is het aan de persuitgever om te bewijzen dat hij de rechten wel heeft. En dat is inderdaad verbazingwekkend complex en bewerkelijk. De oplossing: een eigen recht voor persuitgevers voor digitaal gebruik van hun publicaties. Geen gedoe meer om te bewijzen dat de uitgever de rechten van journalisten en fotografen wel heeft verkregen.

Kritiek

Kritiek op het nieuwe uitgeversrecht is onder andere geuit tijdens de Nederlandse consultatieronde naar aanleiding van het voorstel. Verschillende belanghebbenden geven bijvoorbeeld aan dat niet-commerciële krantenarchieven mogelijk extra licentievergoedingen zouden moeten betalen, wat de online beschikbaarheid van archieven nog verder onder druk zou zetten. Daarnaast is een veelgehoord argument dat een poging een uitgeversrecht in Spanje en Duitsland in te voeren, is mislukt.

Ook van de kant van de makers is kritiek gekomen. Hun belangenorganisaties stellen dat uitgevers helemaal geen problemen ondervinden met het verlenen van licenties. Ze laten zich alle rechten gewoon overdragen door de makers. Volgens hen is het probleem dat de uitgevers daar geen billijke vergoeding voor zouden betalen. Dat is waar het aan schort: de positie van de makers, niet die van de uitgevers. Persuitgevers hebben helemaal geen eigen recht nodig. Maar als het er dan toch komt, dan moet ook meteen wettelijk worden vastgelegd dat zij de auteursrechten van journalisten en fotografen niet meer aan zich mogen laten overdragen of licentiëren. Die rechten hebben ze dan echt niet meer nodig.

Amendement van het Europees Parlement

Begin maart is een conceptrapport met amendementen van de Commissie Juridische Zaken van het Europees Parlement uitgelekt. Volgens de commissie hebben persuitgevers vooral problemen met het aantonen van hun positie bij handhavingsacties. Daarom zouden zij voldoende geholpen zijn met een ‘vermoeden van vertegenwoordiging’ en is een eigen recht niet nodig. Hiermee wordt de bewijslast omgekeerd. Het wordt vermoed dat de persuitgevers de rechten van de makers vertegenwoordigen en de aangesproken partij moet dan maar bewijzen dat dat niet zo is.

Kritiek kwam ditmaal van de vertegenwoordigers van persuitgevers. Zij stellen dat bijna de helft van de lezers van perspublicaties op social media niet doorklikt naar de website van de uitgever, met verlies van advertentie-inkomsten als gevolg. De persuitgevers hebben een recht nodig dat duidelijk maakt dat perspublicaties niet kunnen worden gebruikt voor commerciële doeleinden zonder hun toestemming. Met een dergelijk recht kunnen zij in onderhandeling gaan over licenties. Zij stellen dat het amendement voorbij gaat aan dit doel en procedures zal uitlokken in plaats van onderhandelingen.

Uitgevers moeten nog eens nadenken

Maar een eigen recht voor persuitgevers is helemaal niet zo voordelig als het lijkt. Zoals de reactie van de makers laat zien, zullen zij met nog meer overtuiging het standpunt innemen dat uitgevers de rechten van journalisten en fotografen niet nodig hebben als ze al een eigen recht hebben. Licentienemers zoals online platforms zullen dan langs twee loketten moeten voor een licentie: de makers en de uitgevers. Het resultaat zal zijn dat de vergoeding die zij bereid zijn te betalen door twee zal worden gedeeld. De koek wordt niet groter, hij moet alleen gedeeld worden met meer partijen. Bezien vanuit de te verdienen licentievergoedingen is een vermoeden van vertegenwoordiging dus een veel betere positie voor de uitgevers dan een eigen recht.

Voorlopig is nog niets besloten. Het Europees Parlement moet de amendementen nog beoordelen en de Europese Raad moet ook nog iets van het voorstel vinden. Persuitgevers zouden er nog eens goed over na moeten denken: zijn ze echt beter af met een eigen recht?

Douwe Linders
Jennifer Quik

Recommended Posts
thuiskopie