Hoe het auteursrecht overbodig wordt door boekenschrijvende robots

 In Auteursrecht, Copyright, Kunstmatige intelligentie

De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie stelt ons op veel vlakken voor interessante dilemma’s, zo ook in het auteursrecht. Zo gaat schrijver Ronald Giphart een boek schrijven in samenwerking met een kunstmatig intelligent computersysteem dat is ontwikkeld door onderzoekers van het Meertens Instituut en de Universiteit Antwerpen. Maar als een robot een boek schrijft, bij wie liggen dan eigenlijk de auteursrechten? Kan een robot zelf auteursrechten hebben? En is het auteursrecht dan eigenlijk nog wel nodig?

De naamloze schrijfrobot van het Meertens Instituut heeft zo’n 10.000 Nederlandstalige romans gelezen, met in totaal een miljard woorden. Uit deze romans heeft de robot eigenschappen gehaald en zichzelf literaire stijl en grammaticale regels aangeleerd. Om de robot aan het werk te zetten voert de auteur enkele beginwoorden van een zin in, waarna de robot met suggesties voor het vervolg komt. De robot produceert nog niet altijd even logische zinnen. In een artikel van Trouw wordt een voorbeeld gegeven. De auteur voerde de woorden in ‘Mijn probleem is dat..’. De robot gaf als suggestie: ‘ik me niet kan voorstellen dat je met een andere vrouw naar bed gaat?, zei hij nog een keer, waarna hij me afvroeg of ik een vrouw was, of dat ik hem nooit meer zou zien. ‘Laat maar’ , zei…’

De auteur kiest daarom de beste suggestie en past de zin nog iets aan. Het creatieve brein van de auteur is nu dus nog nodig om een selectie te maken van de zinnen. De auteur is de baas en hij bewaakt de rode draad in het verhaal. De robot moet volgens de onderzoekers voornamelijk iets toevoegen. De robot heeft immers meer boeken gelezen dan een mens ooit zou kunnen lezen.

Wat zegt het auteursrecht over deze samenwerking?

De Auteurswet neemt als uitgangspunt dat het auteursrecht toekomt aan “de maker”. Nergens in de wet wordt expliciet bepaalt dat de maker een mens zou moeten zijn. Sterker nog, op grond van artikel 8 van de wet kunnen ook een openbare instelling, vereniging, stichting of vennootschap worden aangemerkt als maker. Dat zijn natuurlijk ook geen mensen. Wel hebben deze entiteiten zogenaamde “rechtspersoonlijkheid”. Rechtspersonen kunnen rechten en plichten hebben, net zoals een natuurlijk persoon.

Stel nu dat ook aan bepaalde kunstmatige intelligentie-vormen rechtspersoonlijkheid zou worden toegekend (en tja, waarom eigenlijk niet?), dan zou de huidige samenwerking tussen Giphart en de robot waarschijnlijk moeten gezien worden als een vorm van co-auteurschap. De robot kan op dit moment nog niet zelfstandig een heel boek schrijven. Artikel 6 van de Auteurswet bepaalt in deze situatie dat Giphart aangemerkt moet worden als de maker. Het boek komt tot stand naar zijn ontwerp en hij heeft leiding en toezicht over de creatie.

Een volgende drempel voor het toekennen van auteursrechten aan een robot is de zogenaamde “werktoets”. Dat zijn de criteria aan de hand waarvan wordt vastgesteld of een bepaald voortbrengsel auteursrechtelijk beschermd kan zijn. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad houdt deze werktoets onder andere in “dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest.”

Deep learning

De Hoge Raad stelt dus de eis dat het werk een “menselijke schepping” moet zijn die dus het resultaat is van creatieve keuzes. Maar kan een robot dan geen creatieve keuzes maken? Is creativiteit enkel voorbehouden aan het menselijk brein? Creatieve keuzes – ook als je deze afzet tegen willekeurige of technisch bepaalde keuzes – worden toch uiteindelijk gemaakt op basis van ervaringen en aangeleerde regels. Een baby maakt nog geen creatieve keuzes, die doet alles willekeurig. Een peuter leert door het kopiëren van gedrag van anderen. Vanaf de kleutertijd begint de mens de opgedane ervaringen te combineren en daaruit eigen creaties te maken. Dat is ook wat geavanceerde robots doen die gebruik maken van ‘deep learning’ technologie. Zelflerende computers worden gevoed met grote hoeveelheden voorbeelddata om ze te trainen. Net zoals een schrijver zijn eigen stijl ontwikkelt vanuit wat hij zelf heeft gelezen, zullen kunstmatig intelligente systemen uiteindelijk op basis van de ingevoerde data zelf een nieuwe creatie maken.

Morele rechten en de duur van de bescherming

Als we uitgaan van de situatie dat een robot een auteursrechtelijk beschermd werk kan maken, stelt het huidige auteursrecht ons voor een aantal dilemma’s. Hoe moet bijvoorbeeld worden omgegaan met de zogenaamde morele rechten van kunstmatig intelligente machines? Deze morele rechten omvatten bijvoorbeeld het recht op naamsvermelding en het recht van de auteur om zich te verzetten tegen aantasting van zijn werk waardoor zijn eer of goede naam kan worden geschaad. De ratio achter het invoeren van deze morele rechten geldt niet voor een robot. Een zelfstandig opererende robot heeft geen naam of reputatie die geschaad kan worden en al zou dat wel zo zijn, het zal de robot niets kunnen schelen.

Een ander dilemma is de duur van het auteursrecht. De Auteurswet bepaalt in artikel 37 dat het auteursrecht 70 jaar na de dood van de maker eindigt. Het zal lastig worden om een robot dood te laten verklaren. Doodgaan is dan wel weer iets dat typisch is voorbehouden aan organismen.

De voorbeelden laten zien dat het huidige auteursrecht in ieder geval niet goed toepasbaar is op kunstmatig intelligente auteurs. Maar de vraag dringt zich op of het auteursrecht nog wel nodig is. Waarom zou een robot eigenlijk bescherming onder het auteursrecht willen?

Beschermen en belonen van de auteur

De ratio van het auteursrecht ligt in een combinatie van het beschermen en belonen van de auteur en het dienen van het maatschappelijk belang dat makers gestimuleerd worden creatieve werken te blijven maken. Het maken van creatieve werken, en zeker het schrijven van een boek, kan een zeer arbeidsintensief proces zijn. De natuurlijke maker heeft daarom een bepaalde periode nodig om zijn creatie te gelde te maken, ook zodat hij wordt gestimuleerd om te blijven creëren.

Voor een robot geldt dit alles niet. Een robot zal geen jaren spenderen aan een boek. Het kost een krachtige computer in de toekomst wellicht een paar minuten om een boek te schrijven. Bovendien is goed voorstelbaar dat een robot voor iedereen op verzoek een gepersonaliseerd boek zal schrijven, dat perfect past bij de wensen van die persoon op dat moment. Het beschermen van het werk is in die situatie helemaal niet nodig. De robot hoeft niet meerdere exemplaren van hetzelfde boek te verkopen. Hij kan simpelweg telkens een nieuw boek schrijven. Boekenschrijvende robots zullen – indien hen dat wordt aangeleerd – ook nooit auteursrechtinbreuk plegen. Zij hebben dus helemaal geen auteursrecht nodig. En als ze geheel zelfstandig opereren staan er ook geen mensen aan de knoppen die deze bescherming wel nodig hebben.

Zoals professor Informatierecht Egbert Dommering in 1994 al voorspelde, zal het auteursrecht wegspoelen door het elektronisch vergiet dat het internet heet. Destijds voorzag Dommering een crisis voor het auteursrecht omdat het internet gebruikers de mogelijkheid geeft auteursrechtelijk beschermde werken onbeperkt te kopiëren en verspreiden. Waar hij in 1994 nog niet aan dacht, en wellicht ook nog niet aan kon denken, was dat ook de creatie van die werken uiteindelijk zou worden overgenomen door de technologie. Niet alleen zullen robots in de toekomst geheel zelfstandig boeken kunnen schrijven, ze kunnen evengoed zonder menselijke tussenkomst foto’s, films, muziek en andere vormen van kunst en entertainment creëren. Menselijke scheppende arbeid is niet langer nodig.

Isaac Asimov

Het resultaat van het experiment tussen Giphart en de robot zal als tiende hoofdstuk worden opgenomen in een heruitgave van het boek dat Isaac Asimov in de jaren ’40 schreef onder de titel Ik, robot. Asimov beschreef een wereld waarin menselijke arbeid niet meer nodig is en robots ons bevrijden. Een andere schrijver die gefascineerd is door dit idee, is Manu Saadia, schrijver van het boek Trekonomics. Hij onderzocht de economie van de samenleving zoals die bestaat in de Star Trek-films. in zijn boek onderzocht hij onder andere de economische gevolgen van de zogenaamde “Replicator”, een Star Trek-machine die uit energie letterlijk alles direct, ter plaatse en op aanvraag kan maken. Volgens hem is de Replicator een metafoor voor de universele automatisering die Asimov in zijn robotverhalen al omschreef. Bij voldoende beschikbaarheid en toegankelijkheid van Replicator machines, is menselijke arbeid in het geheel niet meer nodig en bestaat geen behoefte meer aan geld of rijkdom. In die samenleving heeft de mens alle tijd voor meer fundamentele, filosofische of creatieve bezigheden. Zo kom je nog eens toe aan het schrijven van een boek bijvoorbeeld.

Jennifer Aarts & Douwe Linders

Recommended Posts